Caravaggio en aartsbisschop Léonard
27 / 05 / 2010Ik heb het geluk een tijdje in Rome te kunnen verblijven. Dik twee weken -deels als journalist, deels als toerist. Vooraf leek het riant, zeker vergeleken bij het traditionele vijftal dagen dat doorgaans voor een citytrip wordt uitgetrokken. Maar al na amper drie dagen begon de stress die de Italiëreiziger wel vaker treft de kop op te steken: er is zo immens veel te ontdekken en te bewonderen!
‘Da non perdere’, zoals de Italianen zeggen, was in elk geval de prestigieuze Caravaggio-tentoonstelling, net zo indrukwekkend als de enthousiaste recensies lieten vermoeden. Caravaggio liet geen bijzonder omvangrijk oeuvre na (hij is dan ook maar 39 geworden), maar sommige van de schilderijen die in Rome te zien zijn, zijn zo aangrijpend dat je er minutenlang naar staat te staren. Dat geldt vooral voor de bijbelse taferelen, wellicht omdat Caravaggio als ‘verteller’ het best tot zijn recht komt. Hij weet de essentie van een heel verhaal meesterlijk te vatten in één scène.
Nu is het wel handig als je die verhalen ook ként. Zelf ben ik, struinend langs Caravaggio’s meesterwerken, tot de conclusie gekomen dat het met mijn kennis van Bijbelse thema’s toch maar pover is gesteld. Ik heb nog geluk dat ik een niet-kerkelijke opvoeding kan inroepen als excuus, maar ik heb zo een vermoeden dat ook wie zijn hele schoolcarrière lang godsdienstlessen heeft gevolgd, weinig méér weet over de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament.
Godsdienstlessen
En zo moest ik uitgerekend in Rome denken aan aartsbisschop Léonard en zijn oproep om van de godsdienstlessen weer echte godsdienstlessen te maken. Nu heeft de man al veel uitspraken gedaan die velen deden steigeren, maar deze keer leek zijn bewering mij niet onnozel. Eerder consequent. Hij had het expliciet over het katholiek onderwijs. Daar mag je logischerwijs verwachten dat er katholieke godsdienst wordt gedoceerd en dat de kerkelijke macht er nog een vinger in de pap heeft. Wie zich daar ongemakkelijk bij voelt, moet maar óók consequent zijn en een ander onderwijsnet kiezen, waar godsdienst geen verplicht onderdeel is van het programma. Wordt de consequentie tot het uiterste doorgevoerd, dan krijg je trouwens een systeem waarin verschillende netten, gesubsidieerd door de staat, gewoon niet meer bestáán. Waarin godsdienstonderricht uit het reguliere onderwijs verdwijnt en nog enkel door de kerken wordt georganiseerd. Of het ooit zover komt, is nog maar de vraag: vooralsnog is Vlaanderen veel te verknocht aan ruzietjes tussen ‘seuten’- en ‘crapuulscholen’.
Passé composé
Maar goed, dat is maar één discussie waar de oproep van de aartsbisschop aanleiding toe kan geven. Een andere is of de pedadogische lijn waarbij steevast vertrokken wordt van de leefwereld van de jongere wel altijd zinvol is. Als dat het voornaamste uitgangspunt is, kom je al snel terecht in godsdienst zonder Jezus en Frans zonder passé composé.
Zelfs als het toch ooit zover komt dat godsdienst als vak uit het reguliere onderwijs verdwijnt, zou het natuurlijk onzin zijn om zomaar alle kennis van religies overboord te gooien. Ik denk dat ‘levensbeschouwing’ (Kristien Bonneure heeft er in een oudere blog een mooie invulling aan gegeven) makkelijk zou kunnen uitgroeien tot het favoriete vak van veel leerlingen. Dat de christelijke godsdienst daarin meer plaats zou toegemeten krijgen dan pakweg het boeddhisme, lijkt me dan niet meer dan logisch. Het is in de eurocentrische lessen geschiedenis en kunstgeschiedenis niet anders.
Ik heb in deze blog een discours-tje opgerakeld dat intussen allang weer naar de achtergrond is verdwenen, ik weet het. Maar ik weet ook dat ik wellicht nóg meer van de Romeinse Caravaggiotentoonstelling had genoten als ik bijvoorbeeld goed wist wie de ‘Emmausgangers’ waren.
@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums – mod





