Sara Van Poucke

De stedelijke middenklasse, zegen en vloek

01 / 04 / 2010

Vandaag komt ‘Soul kitchen’ uit in de bioscoop, de nieuwe film van Fatih Akin. Akin is de Turks-Duitse regisseur die een vijftal jaar geleden triomfeerde op de Berlinale met ‘Gegen die Wand’, een film als een stomp in de maag, die niemand onverschillig laat. Sindsdien ben ik benieuwd naar wat hij nog meer in petto heeft. Zijn jongste project blijkt eens een komedie te zijn. Een moedige keuze, want is dat niet het moeilijkste aller filmgenres?

Gentrificatie

‘Een stoute heimatfilm’, noemt Akin het zelf -maar dan wel een die zich afspeelt in de stad. Het thema dat hij bespeelt is zo oud als de straat, maar tegelijk brandend actueel. Hij heeft het over gentrificatie, een duur woord waarmee het proces wordt bedoeld waarbij vervallen stadsbuurten veranderen in hippe wijken, vaak ten koste van de oorspronkelijke bewoners. Het fenomeen leeft erg sterk in bijvoorbeeld Berlijn, waar de lage huurprijzen in de voormalige Oost-Duitse buurten volop jonge nieuwkomers aantrekken. Zij blazen de buurt nieuw leven in, maar naarmate populariteit van de wijk stijgt, schieten ook de prijzen de hoogte in. Gevolg: de oorspronkelijke bewoners worden uit de markt geprijsd.

Fatih Akin zag hetzelfde gebeuren in zijn eigen stad Hamburg. Hij woont nog altijd waar hij als kind al woonde, maar de volkswijk uit zijn jeugd is intussen een van de duurste buurten van de stad. Turkse kruidenierswinkeltjes hebben plaats gemaakt voor sushibars en biobakkers.

Terugkeer naar de stad

Hoewel wij op Brussel na geen echte grootsteden hebben, doet gentrificatie zich ook in onze steden voor. Bij ons gaat het niet zozeer om binnenstedelijk verhuisgedrag, maar eerder om de terugkeer naar de stad, een proces dat ook van bovenaf wordt gestuurd. Steden worden herdacht en heringericht om middengroepen aan te trekken, want in de laatste decennia waren die de stad meer en meer ontvlucht.

Het is een geslaagde onderneming, moet ik concluderen als ik mijn eigen stad Gent even als voorbeeld neem. Zó oud ben ik nu ook weer niet, maar ik heb de stad toch al redelijk zien veranderen. Toen ik nog op de middelbare school zat en zelfs later, op de universiteit, kon ik er steen en been over klagen dat er ’s avonds laat -zeg maar na de laatste filmvertoning- niéts te beleven viel. Goed, dat zal wel een jeugdige overdrijving geweest zijn, maar toch. Gent is de laatste jaren ontegensprekelijk levendiger en aantrekkelijker geworden.

Flikken

Het radionieuws bestond het ooit te verkondigen dat Gent vroeger nogal onopvallend was, maar dat ‘Flikken’ de stad op de kaart had gezet. ‘Flikken’, godbetert! Je zult maar in het stadsbestuur zitten en jarenlang ijveren voor een leefbare stedelijke omgeving!

Het komt in elk geval niet door ‘Flikken’ dat jongeren die hun diploma op zak hebben meer dan vroeger geneigd zijn om in hun studentenstad (Gent of een andere) te blijven hangen en daar ook hun verdere leven op te bouwen. Er is een nieuwe hoger opgeleide jonge middenklasse ontstaan die zich uitstekend thuis voelt in de stad. Statistisch gezien hoor ik daar vermoedelijk zelf bij. En toch, of misschien juist daarom, word ik er soms balorig van.

Fietskar of bakfiets

Ik kan het niet helpen, maar het nieuwe slag stedelijke tweeverdieners geeft me een wat ongemakkelijk gevoel, zoals ze voorbijpeddelen met hun kinderen in de fietskar of bakfiets, op weg naar de methodeschool. In mijn vroegere buurt waren ze bijzonder goed vertegenwoordigd, want dat was eigenlijk bij uitstek een voorbeeld van gentrificatie. Een vrij geslaagd voorbeeld zelfs: een keurige mix van Turkse gezinnen en Vlaamse tweeverdieners. Maar ‘mix’ is in feite niet het juiste woord, want zoveel deelden de twee groepen in de praktijk niet. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik nooit Turkse kinderen in de methodeschool heb zien binnenwandelen, terwijl een schooltje nauwelijks een paar straten verderop alleen maar Mehmets en Aises telde. De nieuwe stedelijke middenklasse is naar eigen zeggen bewust in de volkswijken komen wonen en loopt hoog op met multiculturaliteit, maar toch maar tot op zekere hoogte. De eigen bloedjes zullen maar eens in een concentratieschool terechtkomen!

Niet dat de progressieve tweeverdiener niet geëngageerd is (als je bekommernis om het eigen welzijn engagement kunt noemen). Met ecologie en gezondheid is hij opmerkelijk gepreoccupeerd. Een beetje té zelfs, als je het mij vraagt, geoordeeld naar de onverzettelijkheid waarmee wordt tekeer gegaan tegen de sigaret. Het duurt niet lang meer of een roker is een marginaal -dat woord wordt toch al te pas en te onpas gebruikt voor iedereen die niet helemaal voldoet aan de rigoureuze normen van de nieuwe middenklasse.

Onslow

Terwijl ik ‘marginaal’ tik, moet ik ineens denken aan Onslow, de onverstoorbare man-in-marcelleke uit ‘Schone schijn’. Wordt het niet hoog tijd om een moderne versie van die serie te maken, nu ze toch tot vervelens toe is heruitgezonden? Ik zie nogal wat komisch potentieel in de nieuwe Hyacinth. Ze koopt enkel in de biowinkel, heeft een groentenabonnement, roept ‘potvolkoffie’ als ze vloekt in het bijzijn van haar kinderen en wijst gasten glimlachend maar onverbiddelijk de deur als ze een sigaret opsteken.

@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums – mod

Maar eerst richting bioscoop: wie weet heeft Fatih Akin met zijn komedie over gentrificatie al een deel van de klus geklaard.

3 Antwoorden op “De stedelijke middenklasse, zegen en vloek”

  1. Peter Monard :

    Sara,

    Ik ben het eens met uw analyse, maar deel uw bezorgdheid niet. De hogere middenklasse die inwijkt in de stad mag voor mijn part gerust in de mooiste lofts of herenhuizen wonen, trendy vernissages bezoeken en de kinderen naar de beste muziekscholen sturen. Men wil immers niet ‘onderdoen’ bij de vrienden, zoniet wordt na enkele jaren het rijhuisje met koertje toch geruild voor de (overigens niet duurdere) villa met tuin. Bovendien dragen deze mensen relatief sterk bij tot de gemeentebelastingen, wat dan weer meer mogelijkheden geeft voor verdere stadsontwikkeling. Dus, mijn inziens moet een stad de ‘betere middenklasse’ verwelkomen, en niet afschrikken door betuttelende (ver)bouwvoorschriften, beperking van de vrijheid van school enzoverder, maar juist faciliteren.

  2. Roger Volé :

    Ze integreren zich ook niet, die gentrificatoren in de oude wijken. Hoeft ook niet, rijk genoeg om te doen wat ze willen. Hebben ze nooit gedaan hoor, integreren, ook niet toen ze uit de stad weg “landelijk” gingen wonen. Nu gaan een paar van hen multicultureel wonen of doen aan volksbuurtwonen. Moet kunnen.
    Tip voor beleggers: koop alvast een paar sociale appartementsblokken uit de jaren ‘70 op met breed zicht op steenwegen en kanalen. Vroeg of laat gaan ze de sociale toer op en duiken ze ook daarin. Haal er alvast een paar tussenschotten uit en zet wat platanen rond de ingang, dat helpt!

    Groet,
    Roger

  3. stef vanhoutte :

    beste sara,

    ik voel me aangesproken door jou column. ik ben ooit (20 jaar geleden) in gent blijven steken na mijn studies (was toen zeker nog niet hip want van flikken was er nog geen sprake) heb er ook mijn vriendin/vrouw gevonden, we werken allebei en hebben kinderen (tweeling van 5) die naar een methode school gaat: jenaplanschool de kleurdoos (ledeberg). en daar stopt de vergelijking. in deze school zijn immers een 40tal (!) nationaliteiten aanwezig. onze kinderen zijn het dus wel gewoon en zo ontstaat er ook interactie met de ouders onderling (autochtone ledebergnaars, tweeverdienende inwijkelingen en de allochtone ouders) Mijn indruk is dat de andere tweeverdienende ingeweken ouders dit een serieus plus punt vinden van de school. Is deze school een uitzondering, ik weet het niet, maar ik hoop echt van niet.
    ps: wij (mijn vriendin en ik) zijn allebei ex rokers

    mvg
    stef

Plaats een antwoord op het bericht